Hondsdolheid (rabiës)

Wat is hondsdolheid?

Hondsdolheid of rabiës is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Het virus tast de hersenen aan en veroorzaakt een ontsteking in de hersenvliezen. Je kunt rabiës krijgen doordat een besmet dier je likt, bijt of krabt. Het is niet altijd aan een dier te zien dat het rabiës heeft. Was de wond minstens 5 minuten met water en zeep en bel direct een arts als je in contact bent geweest met een mogelijk besmet dier.

Opmerking:

Symptomen hondsdolheid

Niet iedereen die door een dier met hondsdolheid wordt gebeten krijgt zelf ook hondsdolheid. Maar zodra iemand symptomen krijgt, is de afloop dodelijk. 

In het begin veroorzaakt de infectie geen symptomen. De symptomen ontstaan meestal weken tot maanden na de beet. De eerste klachten zijn koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid en angst om te slikken. De plek rond de beet is ongevoelig. Later komen er klachten als stuiptrekkingen, verlammingsverschijnselen, slik- en ademhalingsproblemen. Uiteindelijk raakt iemand in coma en overlijd.

Opmerking:

Oorzaak hondsdolheid

Hondsdolheid wordt veroorzaakt door een virus. Het virus wordt verspreid via speeksel van een besmet dier. Na een beet, lik of krab op een kapotte huid verspreidt het virus zich in het lichaam. 

  • In Nederland komt rabiës zelden voor bij een bepaalde vleermuissoort. 
  • In de rest van de wereld kan rabiës ook voorkomen bij huisdieren zoals honden en katten en bij wild levende dieren zoals vossen, apen en vleermuizen.
Opmerking:

Diagnose hondsdolheid

De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal over de beet of het krabben van een dier. Om de diagnose te bevestigen zijn verschillende onderzoeken nodig. Het virus kan worden opgespoord met serologisch onderzoek. Ook een biopsie van de huid wordt gebruikt om de diagnose te bevestigen. Gedurende de incubatietijd (tijd tussen de besmetting en het ontstaan van de klachten) kan het virus niet worden ontdekt.
Opmerking:

Behandeling hondsdolheid

Er bestaat geen geneesmiddel tegen hondsdolheid. Zodra het ziekteproces is begonnen, richt de behandeling zich uitsluitend op het verlichten van de symptomen, aangezien de ziekte altijd een dodelijke afloop heeft.

Na de beet van een dier kun je de kans om hondsdolheid te krijgen verkleinen via bepaalde maatregelen. Dierenbeten moeten grondig worden schoongemaakt met water en zeep. Ontsmet daarna de wond met jodium of alcohol 70%. Daarna moet een wond soms chirurgisch worden opengesneden; een wond mag niet worden gehecht. 

Een volledig vaccinatieschema tegen hondsdolheid bestaat uit 3 injecties, binnen een maand. Als je niet volledig bent gevaccineerd en je wordt door een besmet dier gebeten, gekrabd, of gelikt, dan moet je zo snel mogelijk gevaccineerd worden. Als je vooraf volledig bent gevaccineerd, dan heb je geen antiserum en minder vaccinaties nodig. Antiserum is in minder ontwikkelde landen meestal niet voorradig of van slechte kwaliteit.

Opmerking:

Preventie hondsdolheid

De belangrijkste maatregel is de beperking van het aantal zwerfdieren. Vermijd krabben, likken en beten van zoogdieren in gebieden waar hondsdolheid voorkomt en raak dode dieren niet aan zonder handschoenen.

Dieren moeten worden gevaccineerd en mogen niet met wilde dieren in contact komen. Er zijn vaccins beschikbaar die voor of na de beet kunnen worden toegediend bij mensen die risico lopen, zoals dierenartsen, dierenverzorgers en laboratoriumpersoneel.

Reizigers naar verre landen wordt dringend aangeraden zich te informeren over de situatie in het betreffende land en zich eventueel te laten vaccineren (maar ook dan is behandeling noodzakelijk als er toch contact is met een mogelijk besmet dier).

Onze huisdieren kunnen gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Wanneer je je dier meeneemt tijdens de vakantie is vaccinatie veelal verplicht (minimaal een maand voor vertrek en de vaccinatie mag niet langer dan een jaar geleden zijn!).
Opmerking:

Meer informatie

Lees meer

Reizigersfolder over rabiës van het LCR
https://www.lcr.nl/Reizigersfolders/#Reizigersfolders 

Belangrijke bronnen

Richtlijnen over rabiës van het RIVM
www.rivm.nl



Opmerking: