Virusserologie

Inleiding

Bij serologisch onderzoek wordt het bloed bestudeerd om te bepalen of zich speciale eiwitten, zogeheten antistoffen (afweerstoffen), in het lichaam bevinden. Antistoffen worden door het afweersysteem aangemaakt als reactie op de aanwezigheid van antigenen (lichaamsvreemde stoffen/micro-organismen) in het lichaam. Ieder antigeen zet het afweersysteem aan tot de aanmaak van antistoffen die zich specifiek tegen dat micro-organisme – en niet tegen andere micro-organismen richten. Ofschoon er vijf verschillende typen antistoffen bestaan, worden met standaard serologisch onderzoek gewoonlijk slechts twee typen antistoffen gemeten, namelijk IgM en IgG. De concentratie antistoffen in het bloed wordt de antistoftiter genoemd.
Opmerking:

Indicatie

Serologisch onderzoek kan onder andere uitgevoerd worden bij blootstelling aan een infectieus micro-organisme, of om de immuunstatus tegen een bepaald micro-organisme te bepalen.

Daarnaast kan het ook nog gebruikt worden bij de diagnose van auto-immuunaandoeningen, bij afstotingsreacties bij transplantie en bij het onderzoeken van een allergie.
Opmerking:

Onderzoek

Bijna alle serologische onderzoeken bestaan uit twee stappen. De eerste stap is het teweegbrengen van een interactie tussen de onbekende antistoffen in het bloedmonster en een monster van het virus waarvan wordt vermoed dat het de ziekteverwekker is. De tweede stap is het bestuderen van deze interactie, eventueel na toevoeging van een stof (zoals een kleurstof of een enzym) om deze interactie zichtbaar te maken. De interactie kan fluorescentie, kleuring of agglutinatie (samenklontering) veroorzaken.

Serologische onderzoeken die algemeen gebruikt worden voor de diagnose van virusinfecties zijn complementbindingsreactie, ELISA (enzyme-linked immunosorbent assay), indirecte immunofluorescentie, hemagglutinatietest en de neutralisatietest. ELISA is een test waarbij een antigeen of antistof aan een enzym wordt gekoppeld om na te gaan of het antigeen en de antistof matchen. Dit is een methode om de diagnose te stellen.
Opmerking:

Resultaat

Met behulp van serologisch onderzoek is het mogelijk erachter te komen of een bepaald virus iemand eerder heeft geïnfecteerd. Soms wordt een combinatie van serologische onderzoeken gebruikt, als de virussen in kwestie niet kunnen worden gekweekt, het geïnfecteerde weefsel niet kan worden onderzocht (zoals het geval is bij hersenweefsel) of als de patiënt antivirale middelen heeft gekregen.
Opmerking:

Meer informatie


(Engels) Medline plus, (2004, February 9), Serology (USA)
www.nlm.nih.gov

Constantine, N.T. and Lana, D.P. (2003), Immunoassays for Diagnosis of Infectious Diseases, in: Jo Baron, E., Pfaller, M. A., Jorgensen, J. H., et al (eds.), Manual of Clinical Microbiology, 8th edn., ASM Press, Washington DC.

Forbes, B.A., Sahm, D.F. and Weissfeld, A.S. (2002), Bailey and Scott’s Diagnostic Microbiology, 11th edn., Mosby Inc., Missouri.

Kettering, J.D. (1999), Basic Concepts and Techniques in Virology, in: Shimeld, L.A. and Rodgers, A.T. (eds.), Essentials of Diagnostic Microbiology, 1st edn., Delmar Publishers, New York.

Storch, G.A. (2000), “Diagnostic Virology”, Clin Infect Dis, vol.31, no.3, Sep, pp.739-751.

Timbury, M.C., McCartney, A.C., Thakker, B., et al (2002), Notes on Medical Microbiology, 1st edn., Churchill LIvingstone, Edinburgh.
Opmerking: